Geen producten in je winkelmand.

Het bijwoord (adverbium)

Een adverbium of bijwoord staat bij een adjectief, een verbum, of een ander adverbium. Het kan ook bij een volledige zin horen.

Bijwoorden zijn belangrijke woorden, waarmee je heel veel kan uitdrukken:

  • tijd (wanneer?)
    eergisteren,
    gisteren,
    vandaag,
    morgen,
    overmorgen,
    onlangs,
    ooit,
    dadelijk,
    meteen,
    onmiddellijk,
    nu,
    straks,
  • frequentie (hoe vaak?)
    dagelijks,
    dikwijls,
    geregeld,
    soms,
    meestal,
    nooit,
    ooit,
    vaak,
    voortdurend,
    zelden,
  • plaats (waar?)
    er,
    ergens,
    hier,
    nergens,
    overal,
  • modaliteit (hoe?):
    allerlei,
    alsnog,
    althans,
    alvast,
    alweer,
    amper,
    blijkbaar,
    bovendien,
    dankzij,
    daarentegen,
    desnoods,
    echter,
    graag,
    inderdaad,
    intussen,
    integendeel,
    indien,
    immers,
    maar,
    misschien,
    minstens,
    namelijk,
    nauwelijks,
    nochtans,
    nogal,
    nogmaals,
    onafgebroken,
    ondanks,
    opnieuw,
    plots,
    toch,
    uiteraard,
    tevergeefs,
    trouwens,
    tussendoor,
    ongetwijfeld,
    uitermate,
    voortaan,
    waarschijnlijk,
    zeer
    zelfs,

Adjectief als adverbium soms worden adjectieven gebruikt als bijwoord (zie: vorm van het adjectief als het als bijwoord wordt gebruikt].

  • Ik ben trots op mijn prestaties.
  • Ik loop heel snel naar de winkel.

In de ZiN Taaltrainer illustreren we het bijwoord in het verhaal Arianne interviewt de pianist. Ariane heeft een  aantal vragen geformuleerd en de pianist neemt er alle tijd voor. Je krijgt een toets met score en feedback.

Naar de ZiN Taaltrainer

Zin in Nederlands